Preek van ds. Tjalling Kindt

Woorden uit:

Lucas 5, 1-11  I Kor 15, 1-11

 

Onderstaande tekst is ongeredigeerd en diende als uitgangspunt voor een preek.

 

 De Verhalenverteller

 Elke godsdienst  begint met  de ervaring dat er verborgen in het bestaan een aanwezigheid is die spreekt. “In den beginne was het Woord”, zegt het  Johannesevangelie. En dat woord dringt tot luisteren want in dat woord is leven.

 

En elke godsdienst bedient zich van verhalenvertellers. Of  liever:  je hebt verhalenvertellers die zich ten dienste stellen van  dat woord dat spreekt in het verborgene. En het wonderlijke is: alle  grote verhalenvertellers die de geschiedenis van de mensheid bepaald hebben, dat waren mensen die het  gangbare verhaal onderbraken.

 

Laat ik me beperken tot mijn eigen godsdienst. Ik denk aan de profeten ze geven ruimte aan het woord dat in hen dringt,  Mensen als de joodse profeten, mensen als Boeddha, iemand als Socrates, Jezus, ze trekken zich terug, laten zich door een stem in de diepte in verwarring brengen, en als ze dan terugkeren onder de mensen dan onderbreken ze  het gangbare verhaal. Ze stellen vragen, ze vertellen verhalen. 

 

En het verwarrende is ze onderbreken ook zichzelf. Ze brengen mensen in verwarring omdat ze luisteren naar de stem in de diepte van het bestaan. En dus onderbreken ze zichzelf nogal eens. Omdat die stem een andere invalshoek neemt. Onze bijbel is een verzameling van vertellers. dat levert dus heel wat invalshoeken op. Goede verhalen worden onderbroken. 

 

Dat klinkt raadselachtig, maar heeft u wel eens bij uzelf waargenomen, wanneer u opmerkzaam luistert naar iemand?

 

Want zoals wij allen weten  is het niet altijd even boeiend om naar verhalen van mensen te luisteren. Een verhaal wordt boeiend om naar te luisteren als een mens de moeite neemt naar zichzelf te luisteren als luisteraar. Soms ben je aanwezig als iemand zijn/haar verhaal ‘doet’. dat zijn dan verhalen, waar je, zoals dat heet, ‘niet tussen komt’.

 

De verteller is dan niet in staat om zich te onderbreken. De verteller is bang voor de stilte die dan valt. Dat dan blijkt dat het verslag van de moeite die hij of zij doet in zijn leven, leeg blijkt te zijn. Strak kijkt de verteller je aan, geen ontsnapping is mogelijk. Jij als luisteraar ben de bevestiging van haar of zijn bestaan.

 

Je hoort het wel in de trein, een vrouw aan een stuk door aan het woord in haar mobiel, of tegen een medereiziger: “Ik zeg tegen Harry,Harry zeg ik...”

 

 

Je merkt het onmiddellijk als een mens het vermogen heeft om af te steken naar het diepe in zichzelf, om van daaruit mee te luisteren naar het eigen verhaal dat zij of hij vertelt. Hoe weet je dat die mens zelf meeluistert? Zij of hij onderbreekt het verhaal, denkt na, en er vindt een sprong plaats.

 

Als in een film is er een stukje uitgeknipt, en opeens wordt het ene verhaal uit een wat andere gezichtshoek verteld. Een mens die vanuit haar of zijn diept e meeluistert heeft humor, die mens begint te schateren omdat het verhaal niet klopt met de werkelijkheid, of omdat het anders is dan andere gangbare verhalen. 

 

Een mens die verhaalt heeft het vermogen zijn verhaal te onderbreken, en discontinu te zijn, hebben wij te maken met een chaoot? Mogelijk. Maar het is ook mogelijk dat we te maken hebben met een mens die vanuit zijn of haar diepte zijn of haar afstand in staat is mee te luisteren en een verhaal te doen dat zich verhoudt tot  het leven, maar er niet mee samenvalt.

 

We zien dat ook in dit verhaal. De meester-verteller Jezus , onttrekt zich aan de veelheid, en steekt een weinig af, in een geleende boot van een visserman. En vervolgens  onderbreekt hij zichzelf met de opdracht aan die visserman om naar het diepe af te steken.

 

Lucas vertelt niet wat Jezus daar allemaal zei aan de oever van het meer,  het gaat er om dat Jezus zichzelf onderbreekt, wat er gebeurt is dat het levensverhaal van Petrus de visserman en zijn vennoten onderbroken wordt. Hun getob, hun gezaag over het leven zoals dat gaat, hun zeul en zwoegverhaal, hun ‘toen gebeurde er dit en toen gebeurde er dat’ verhaal, waar ze tot zinkens toe in waren ondergegaan, zonder ooit tot de diepte af te steken, wordt onderbroken, door de opdracht: Los te laten.

 

Hun netten scheuren, en eindelijk maakt hun dagelijks bedrijf diepgang. Ze laten alles achter en volgen de verhalenverteller met de onderbroken verhalen, ze laten alles los en volgen hem.

 

Jezus laat zien hoe je dat doet; luisteren naar de stem van God,  en dat vertalen in een goed bericht. Dat luisteren bestaat uit drie fasen:

 

De eerste is de ervaring dat je ondergaat in het vele dat op je aandringt, het tweede is een weinig af te steken en het derde is naar het diepe af te steken, je gebruikelijke gezwoeg te staken en je systeem los te laten. Wat er dan gebeurt is dat  je zoveel binnenhaalt dat je systeem scheurt.

 

U zult dat vaak genoeg hebben meegemaakt toen u luisterde naar een mens die zijn of haar levensverhaal deed. En dat de verteller al vertellend onderging in zijn gezwoeg, zijn gepraat, en dat het verhaal de verteller alleen maar sterkte in haar of zijn gezwoeg.

 

En dat u toen als vaardig luisteraar, toen de moeite van de verteller zo op u aandrong, dat u zelf nergens meer bleef, dat u  u een stukje van de verteller afsteekt, zodat u de rol op u neemt van de verteller die naar zichzelf fluistert. 

 

U geeft verdriet terug waar de verteller dat niet ziet van zichzelf, u geeft woede terug waar de verteller dat niet van zichzelf ziet, u geeft aandacht waar de verteller dat zichzelf niet gunt, u neemt afstand van het gezwoeg en in plaats daarvan  steekt u af naar het diepe, waar de verteller zijn systeem loslaat, zijn logica, zijn sterke verhaal waarmee alles zo is als  het is.

 

Dat is ook wat Jezus doet: hij steekt af naar het diepe, tegen de protesten in van ‘we hebben gezwoegd, maar niets gevangen’. De netten scheuren, ze kunnen de volheid van het leven niet bevatten.

 

En de leerlingen, dat zijn bij Lucas de luisteraars naar de queeste van de verteller met de onderbroken verhalen, dat zijn u en ik die luisteren naar het evangelie van Lucas, laten alles los, ze doorbreken hun verhaal en worden participanten, vennoten in een ander verhaal: de geschiedenis van de stem die klinkt in de diepte van het leven, die mensen tot zich roept om een weinig af te steken van het vele, en vervolgens vraagt af te steken naar het diepe dat is voortaan vanuit het ene te leven, en daar de netten uit te werpen.

 

Nou zijn veel mensen bang voor de luisteraar in zichzelf die enigszins afstand neemt tot het gangbare praatje.  U merkt dat als luisteraar: als je vraagt: “was je verdrietig”, zeggen ze “nee hoor helemaal niet”, als je vraagt “was je bang”, “nee hoor alleen maar een beetje verbaasd”. Als je vraagt: “was je verbaasd”, “nee hoor, ik verbaas me nergens meer over”. Als je vraagt “was je jaloers”. “ik jaloers? waarop?”. 

 

Of mensen worden boos of gaan in discussie. Het is verschrikkelijk moeilijk om een weinig af te steken van het vele wat zich opdringt en een weinig naar je zelf te luisteren, en het moeilijkste is af te steken naar het diepe, die plek dat centrum in het leven waar u noch ik luisteraar kunnen zijn, omdat het god zelve is die daar luistert en spreekt op een woordeloze manier.

En  zich slechts in de diepte meedeelt met zijn immense rijkdom die al onze netten, verhaalsystemen, onze logica verscheurt.

 

Waar het om gaat is die mysterieuze ontdekking in de oudheid, dat God, dat de ene zich bedient van een verteller, een boodschapper. We zouden al te naïef zijn om ons die verteller al te concreet voor te stellen. Het is een soort archetype, een oerbeeld, of principe.  vaststelt God bedient zich van die verhalenverteller.

Het is deze verteller die in de vele tradities het gangbare verhaal onderbreekt, en het zijn de mannen en vrouwen die zich beschikbaar stellen, door hun eigen verhaal los te laten, en als het ware bemiddelaar, worden in hun omgeving in hun tijd van de stem in het gebeuren.

 

De geschiedenis van Jezus is de geschiedenis van een man waar God zich meester van maakt. God vangt hem levend. en het is deze verteller die mensen ertoe verleidt, vangt, zelf verteller te worden van onderbrekende verhalen.

 

Paulus beschrijft hoe dat ging, na de dood van de verteller, toen het verhaal van de verteller onderbroken werd met zijn gruwelijke dood, bleek de vertellerkracht zich ongelooflijk sterk te manifesteren onder de mensen die hem gekend hadden.

 

“Volgens de schriften”. zegt Paulus. en dit is een verschijnsel van die tijd toen oude verhalen, oude godsdienstverhalen, onderbroken worden en gebruikt werden om een nieuwe werkelijkheid over te dragen. ‘Volgens de schriften’ je kunt lang zoeken naar waar dat staat in de bijbel, en toch heeft paulus gelijk: we mogen de oude verhalen waarin we leren dat God als verteller verhalen onderbreekt om  het verhaal van liefde vrede gerechtigheid en waarheid te hernemen, opnieuw vertellen.

 

Paulus is zelf iemand die zijn verhaal liet onderbreken door de verteller zelf. Zulke mensen hebben je ook wat te zeggen. mensen van het ononderbroken verhaal wil je niet over de vloer hebben als jouw verhaal onderbroken wordt en je het even niet meer weet. Mensen die zelf weten uit eigen ervaring hoe dat os die wil je ontvangen, de rest kan beter wegblijven, want die zijn een kwelling op dat soort momenten.

 

De mensen die Jezus gekend hadden waren in staat om het verhaal van Jezus, zijn gestalte te gebruiken om ‘de verteller van God te zien’. Dat waren de mensen die hem nog naar het vlees gekend hadden. Zij zagen de verteller opkomen als ze bij elkaar waren en ze noemden zijn naam: Jezus van Nazareth

 

De kracht van de bemiddeling van Jezus die zich dienstbaar maakte aan  het vertellend en luisterend vermogen van God bleek zo sterk, dat ook Paulus die verteller kon zien, op een moment dat  het verhaal van Paulus ‘ de zwoeger’ , de zeloot van zijn oude godsdienstverhaal  werd onderbroken en hij ‘werd die hij werd’, zoals hij roerend zegt.

 

Overvloedig geschiedt de diepte van God aan Paulus. Maar niet  het oude Paulusverhaal; doch die gebeurtenis, dat hij onderbroken werd en de verteller in hem, ‘Christus in mij’, maakt  Paulus tot wie hij is. Paulus onderbreekt zichzelf; ik ben pas laat tot leven gekomen, ik ben de minste van de vertellers, maar grote resultaten boekte ik” en dan onderbreekt hij zichzelf, hij hoort zich praten en zegt “ doch niet ik...” Of ik nou het verhaal vertel,  of een ander.  Je herkent het vermogen van de verteller zichzelf te onderbreken om naar zichzelf te luisteren, naar het diepe af te steken, dat zijn de vertellers die vertrouwen wekken. zij nodigen uit om ook verteller te worden van de levende stem die klinkt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

I

Doopsgezinde Gemeente Koog en Zaandijk en Westzaan
deze pagina afdrukken