|
De geschiedenis van de Doopsgezinde Gemeente Koog en Zaandijk Hoewel bronnen ontbreken die ons vertellen wanneer de doopsgezinde gemeente Koog-Zaandijk precies gesticht is, staat wel vast dat er al heel vroeg Doopsgezinden te vinden waren in de Zaanstreek. Omstreeks 1600 was het merendeel van de inwoners van Koog en Zaandijk Doopsgezind. Er waren toen drie richtingen te onderscheiden. Waterlanders, Vlamingen en Friezen. De Waterlanders vormden daarvan de meerderheid. Deze Doopsgezinden maakten deel uit van gemeenten in Zaandam en Westzaan. In de loop van de tijd voegden de Friezen zich bij de Vlaamse groep. Een vlaamse vermaning werd gebouwd in 1645, tot 1648 werd dit gebouw ook gebruikt door de vlaamse Doopsgezinden uit Zaandam. Na dat jaar werd de Koog-Zaandijkgroep enigszins onafhankelijk. Een waterlandse vermaning werd gebouwd in 1637 in het noordelijk deel van de Koog. In 1646 werd de waterlandse groep een volledig onafhankelijke gemeente. Deze waterlandse gemeente was wat conservatiever dan de waterlandse gemeentes gewoonlijk waren. Zo werd omstreeks 1673 de predikant Piet Pietersz ontslagen omdat hij ook niet als predikant benoemde leden wilde toestaan het woord te voeren tijdens bijeenkomsten. In 1680 gingen de twee doopsgezinde gemeenten van Koog-Zaandijk samen. De vlaamse vermaning werd verkocht en de waterlandse vermaning werd een tehuis voor arme lidmaten van de gemeente. Een nieuwe vermaning werd opgericht in de Hoogstraat. Dit op typisch zaanse wijze opgetrokken houten bouwwerk uit 1680 is nog altijd in gebruik. Het werd uitgebreid gerenoveerd in 1873 en nog eens in 1931. Het orgel werd geïnstalleerd in 1870. Onze gemeente bezit zes zilveren avondmaalbekers, die uit de late 17e eeuw dateren en die waarschijnlijk aan de gemeente zijn geschonken toen de vermaning in 1680 in gebruik werd genomen. Ten tijde van het samengaan in 1680 waren er 68 leden van de vlaamse richting en ongeveer 200 Waterlanders. De toenmalige predikanten waren Symen Aarjans en Dirk Simonsz Moeriaen van de Waterlanders en Aris Pieters van Zaandijk en Aris Cornelis Caeskoper van de Vlamingen. De verenigde gemeente maakte een periode van bloei door. In 1701 bedroeg het aantal lidmaten 584, het hoogste aantal leden dat ooit gehaald is. Er werd een weeshuis gebouwd in 1697, en in 1698 werd Abraham Verduin beroepen tot predikant. Hij was tot predikant opgeleid door Galenus Abrahamsz van Amsterdam. Hij diende de gemeente tot 1752. De gemeente was zowel lid van de rijper sociëteit, waterlandse verband van doopsgezinde gemeenten in Noord Holland als van de het doopsgezinde verband van gemeenten die zich verenigd hadden rond de gemeente Zon in Amsterdam. Aan het einde van de 18e en de eerste tientallen jaren van de 19e eeuw raakte de gemeente in verval. Het leden aantal daalde in een eeuw ongeveer met 200 leden. In de negentiende eeuw was er een aanmerkelijke groei tot 516 leden in 1900. Daarna nam het ledental weer in aantal af. De gemeente ging financieel gezien altijd goed, en droeg in de loop der tijd altijd ruimschoots bij aan de leniging van nood van Doopsgezinden elders in de wereld.
|
||||||||